1-2 jaar
Rond hun eerste verjaardag verandert er iets. Je kind begint doelgericht te bewegen — lopen, klimmen, dingen van de ene plek naar de andere dragen. Ze willen doen wat jij doet: gieten, roeren, vegen, open- en dichtdoen. Dit is geen nadoen voor de lol — het is hun manier om te begrijpen hoe de wereld werkt.
De speelgoedjes die nu écht belangrijk zijn, zijn de speelgoedjes waarmee ze echte vaardigheden kunnen oefenen, in hun eigen tempo, met hun eigen handen.
Waar je peuter mee bezig is
Tussen 1 en 2 jaar bouwt je kind aan zelfstandigheid door beweging en herhaling. Al dat spelen is óók oefenen — en daar kunnen ze geen genoeg van krijgen.
Elk kind ontwikkelt zich in eigen tempo. Dit zijn gebieden om op te focussen, geen tijdlijn om te volgen.
Probleemoplossend vermogen
Stapelen, in elkaar passen, vormen in openingen stoppen. Je peuter leert ruimtelijke verhoudingen — wat waar past, wat in balans blijft en wat omvalt. Elke toren die ze omgooien is een lesje in oorzaak en gevolg.
Fijne motoriek
Van pakken met de hele hand tot de pincetgreep. Ze leren plaatsen, rijgen, draaien en gieten. Deze precieze bewegingen bouwen de handkracht op die ze later nodig hebben om te schrijven, te tekenen en zichzelf te verzorgen.
Taalontwikkeling
De woordenschat groeit van een handjevol woorden naar tientallen. Ze begrijpen veel meer dan ze kunnen zeggen. Voorwerpen benoemen, samen lezen en zingen leggen de basis — elk woord dat jij zegt, wordt opgenomen.
Grove motoriek
Lopen, duwen, trekken, klimmen. Ze moeten bewegen — en ze hebben daar een veilige, open ruimte voor nodig. Een loopwagen, traptreden om op te klimmen, of gewoon ruimte om te ontdekken geeft ze wat ze nodig hebben.
De Montessori-plank: 1-2 jaar
"Mijn peuter negeert zijn speelgoed — alles wat hij wil, is vegen, roeren en dingen door het huis dragen." Ouders zeggen dit bijna elke week in de winkel, soms bezorgd dat er iets mis is. Dat is niet zo. Op deze leeftijd is het echte leven het leukste speelgoed dat er is.
Juist daarom zijn praktische-levensactiviteiten nu net zo waardevol als speelgoed. Een kleine bezem, een gietschaaltje, een simpele puzzel — dit zijn de hulpmiddelen van zelfstandigheid. Houd de plank eenvoudig en wissel af op basis van wat hun interesse wekt.
Drukke kleine handjes
Torens zijn nog maar het begin. Op deze leeftijd willen vingers echt werk doen — kommen in elkaar nestelen, moeren op bouten draaien, een wegrollende muis achternachelen. Eén kleine uitdaging tegelijk, mét die heerlijke plof als het omvalt.
Uitvinden waar alles past
Puzzels op deze leeftijd hebben stevige stukjes met knopjes nodig — makkelijk vast te pakken en fijn om neer te leggen. Een vormensorteerdoos voegt een volgende uitdaging toe: de juiste opening vinden en de vorm draaien tot hij erdoor valt. Hoe dan ook is het doel succes, niet frustratie.
Op eigen benen
Een stevige loopwagen geeft je beginnende loper vertrouwen. Zodra ze wat zekerder op hun benen staan, voegt een trekspeeltje een nieuwe uitdaging toe — lopen terwijl ze achterom kijken.
Volg de handen
Kijk wat je peuter met zijn of haar handen doet. Doen ze alles open en dicht? Bied een sluitdoos of een set bakjes met deksels aan. Dragen ze graag dingen rond? Geef ze een mandje. Het beste speelgoed is het speelgoed dat past bij wat ze al zelf proberen te doen.
Gidsen voor elke leeftijd
- 6-12 maanden
- 4-5+ jaar
- 3-4 jaar
- 2-3 jaar
- 1-2 jaar
- 0-6 maanden